De huid heeft verschillende functies. Ze beschermt tegen verlies van vocht en warmte, de ‘boze buitenwereld’, uv-straling en infecties. Daarnaast zorgt de huid voor vetreserve, productie van vitamine D en transpiratie, en functioneert het als zintuig en communicatiemiddel.

De huid bestaat uit drie delen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuids vetweefsel. De opperhuid (epidermis) is de bovenste laag. Ze bestaat uit hoorncellen (keratinocyten) die voortdurend nieuw worden gevormd door de kiemcellen in de onderste laag van de opperhuid. De gehele opperhuid wordt gemiddeld elke 30 dagen volledig vervangen.

Bovenop de epidermis ligt de eeltlaag of hoornlaag, die bestaat uit afgestorven huidcellen. In de onderste laag van de opperhuid, tussen de kiemcellen in, bevinden zich de pigmentcellen die met het pigment in hun uitlopers de huidcellen afschermen voor UV-schade. De lederhuid (dermis) is een stevige laag bindweefsel. Hier bevinden zich de bloedvaten, lymfevaten (voor de afvoer van afvalstoffen), zenuwen (voor tastgevoel, pijngeleiding, drukgevoel en temperatuurgevoel), haren, talgklieren en zweetklieren.

Het onderhuids vetweefsel scheidt de huid van de spieren en pezen in het lichaam. Het bestaat uit lobben van vetcellen, gescheiden door bindweefselschotten en bloedvaten.

A. Doorsnede van de huid
B. Behaarde huid
C. Onbehaarde huid

1. Pigmentcellen
2. Opperhuid
3. Lederhuid
4. Onderhuids vetweefsel